De intervalmethode

Drie orthodidactische uitgangspunten

Als leerlingen leren lezen, neemt het koppelen van lettertekens aan de bijbehorende klanken (het decoderen) een centrale plaats in. Door deze klanken vervolgens samen te voegen (synthese), ontstaan betekenisvolle woorden. Decodeer- en synthesevaardigheden typeren het aanvankelijke leesproces. Naarmate deze basisvaardigheden soepeler verlopen wordt de leessnelheid verhoogd en zijn de leerlingen steeds beter in staat om woorden op een directe wijze te herkennen. De aandacht verschuift naar het begrijpend lezen waardoor het leesbegrip vergroot wordt. Een aantal leerlingen heeft echter meer moeite met het verwerven van de deze decodeer- en synthesevaardigheden. Het ontsleutelen van woorden kost hen nog zoveel inspanning, dat er weinig aandacht overblijft voor de inhoud. Deze leerlingen moeten voortdurend tekstgedeelten teruglezen om tot een goed begrip van het gelezene te komen. Dit kost veel tijd. Op deze wijze wordt het lezen van een boek tot een ontmoedigend proces waaraan, hoe leuk of spannend de inhoud van het boek ook is, weinig plezier beleefd wordt. Door het lezen van boeken te combineren met het luisteren naar de ingesproken tekst, wordt het technisch leesproces ondersteund en de woordenschat verrijkt

Pauzemomenten

Er zijn pauzes ingelast, daar waar het volgens de interpunctie logisch is, zoals aan het einde van een regel of zin (natuurlijke pauzemomenten). Daarnaast zijn er extra pauzemomenten bij afgebroken woorden en voor moeilijke woorden. Het AVI-niveau wordt gebruikt als richtlijn om te bepalen welke woordtypen als moeilijk beschouwd dienen te worden. De ingelaste pauzes bieden de mogelijkheid tot het zelf ontsleutelen van woorden of woorddelen, waardoor de kans dat een leerling eenzelfde woord in een later stadium sneller herkent, toeneemt. Tevens wordt de leerling door een pauzemoment in de gelegenheid gesteld om het begin van een nieuwe regel of een nieuw tekstgedeelte op te zoeken.

Uitspraak

Er is expliciet aandacht besteed aan de uitspraak van woorden. Van elke letter moet de bijbehorende klank hoorbaar zijn. Moeilijke en langere woorden worden gesegmenteerd uitgesproken. Binnen de lage AVI-niveau's wordt spreektaal zoveel mogelijk vermeden. Hierbij is rekening gehouden met de woordopbouw binnen de verschillende leesmethodes waarvan de genoemde series deel uitmaken.

Leestempo

Om het synchroon verlopen van luisteren en meelezen zoveel mogelijk te bevorderen, zijn de boeken ingesproken op een op het AVI-niveau afgestemd leestempo. Hierbij is uitgegaan van het leestempo van gemiddelde lezers van een bepaald AVI-niveau